In het bloed van de moeder wordt de hoeveelheid van bepaalde stoffen gemeten. Eén van die stoffen is het eiwit alfafoetoproteïne (AFP). Bij kinderen met het Downsyndroom is vaak erg weinig AFP in het bloed van de moeder aanwezig.
Uit de hoeveelheid AFP, twee andere stoffen en de leeftijd van de moeder wordt de kans op een kind met het Downsyndroom berekend.
Als er veel AFP in het bloed aanwezig is, is de kans op een kindje met een open ruggetje groter.
Blijkt uit de tripletest dat er een verhoogde kans is (1 op 200 of hoger), dan kun je kiezen voor verder onderzoek: een vruchtwaterpunctie of uitgebreid echoscopisch onderzoek.