De uitslagen van het bloedonderzoek en de nekplooimeting worden gecombineerd met de leeftijd van de moeder en de precieze duur van de zwangerschap. Samen bepalen zij hoe hoog de kans is op een kindje met het Syndroom van Down.
De combinatietest is een kansberekening en geeft nooit zekerheid. Hij laat alleen zien hoe groot de kans is dat je kind het Syndroom van Down heeft. Ook als de uitslag van de test gunstig lijkt, is er toch nog een (heel) kleine kans dat je kind geboren wordt met het Syndroom van Down. Andersom betekent een verhoogde kans op het Syndroom van Down niet altijd dat je kind die aandoening heeft.
Er is een verhoogde kans op een kind met Downsyndroom als de uitslag 1 op 200 of op een getal lager dan 200 is. Is dit het geval dan kom je in aanmerking voor een vervolgonderzoek: een vruchtwaterpunctie of
vlokkentest.