Bij een 11-wekenecho kan het nog lastig zijn om de nub-theorie toe te passen; bij niet alle jongens is dan al een duidelijke hoek van 30 graden te zien of bij meisjes een kleinere hoek. Maar daarna gaat de ontwikkeling van de genitaliën hard en zie je al snel verschil.
Op 12-wekenecho’s is de voorspelling juist in 75% van de gevallen, op 13-wekenecho’s zelfs in 95% van de gevallen.
Helemáál zeker weet je het nooit met de nub-theorie, maar de kans dat je hiermee het geslacht goed voorspelt is een stuk groter dan wanneer je een trouwring over je buik laat draaien, op de vorm van je buik afgaat of op het wel of niet misselijk zijn in de ochtend. Want bij die klassieke
bakerpraatjes is de kans nooit meer dan 50% …