Al voordat een meisje geboren wordt, dus in de baarmoeder, maakt ze eicellen aan. Deze eicellen bevinden zich in de eierstokken. Met deze voorraad (800.000 cellen) zal ze het haar hele leven moeten doen want nadat ze geboren is, worden er geen nieuwe eicellen meer aangemaakt.
Dit, in tegenstelling tot mannen die hun hele leven lang, elke dag heel veel nieuwe zaadcellen aanmaken. Als alles goed gaat heeft een vrouw vanaf de puberteit een eisprong. Daarnaast verdwijnen er dagelijks eicellen.
Als je veertig jaar of ouder bent, dan zijn dus ook je eitjes zo oud. Er kunnen eicellen beschadigd zijn, waardoor het moeilijker wordt om zwanger te worden. Uiteindelijk is je hele voorraad eitjes op en kom je in de overgang.