Veel ouders en grootouders maken onderling ook duidelijke afspraken over voeding. Wat mag het kind echt niet eten of drinken? Dat kan onder andere te maken hebben met de lichamelijke gesteldheid (darmkrampjes, allergieën), met de leeftijd, en met jullie opvattingen (liever geen kleurstoffen of (overmatige) zoetigheid).
Probeer deze voedingsregels zoveel mogelijk over te nemen. Mag het kind van papa en mama thuis niet aan de planten, de vissenkom, de radio of in de keukenkastjes komen, dan is het beter dat dit ook niet mag onder toezicht van oma en opa. Door één lijn met de grootouders te trekken, weet je kind precies waar hij aan toe is en raakt hij niet in de war van eventueel tegenstrijdige regels.
Bovendien kan hij papa en mama nog wel eens gaan uitproberen als het ‘verbodene’ van oma of opa wel (af en toe) mag. En bepaalde dingen die thuis mogen, mogen misschien bij opa en oma niet. Op de bank klimmen of zelf de televisie bedienen bijvoorbeeld. Wees gewoon duidelijk. En ondertussen vergroot je kind zijn wereld: hij leert dat ieder huis weer andere regels kent. En dat is alleen maar leerzaam.