Sommige vrouwen omschrijven een miskraam als een ‘minibevalling’. Hoe groter het vruchtje, hoe verder de baarmoedermond open moet staan om er voor te zorgen dat de vrucht erdoor kan. Een miskraam kan behoorlijk pijn doen omdat je toch een soort ontsluitingsweeën hebt.
Probeer bij een spontane miskraam de vrucht op te vangen. Bijvoorbeeld in een lege jampot. De verloskundige kan dan kijken of het vruchtje compleet is en of er niet nog een deel in je lichaam is achtergebleven. Als de vrucht niet in zijn geheel naar buiten gekomen is, en je blijft veel bloed verliezen, dan is een curettage meestal nodig om de rest van het weefsel weg te halen. Als het bloeden stopt, nadat je het vruchtje verloren hebt, dan is de miskraam meestal compleet.