In de zevende maand van je zwangerschap heb je een intakegesprek met een kraamverzorgende van de kraaminstelling waar je je hebt aangemeld. Op basis van het intakegesprek wordt het aantal kraamzorguren bepaald (= eerste indicatie). In sommige situaties wordt meer kraamzorg geleverd dan het basispakket van 49 uur. Bijvoorbeeld als er een meerling op komst is of als er sprake is van een instabiele gezinssituatie.
Na je bevalling, als je kraamperiode begint, wordt opnieuw een indicatie gemaakt (= tweede indicatie). Op basis van die tweede indicatie wordt het aantal kraamzorguren eventueel bijgesteld. Redenen waardoor je meer kraamzorguren zou krijgen, zijn bijvoorbeeld een keizersnede of een aangeboren afwijking bij de baby.
Ook tijdens de kraamzorgperiode (= derde indicatie) kan het aantal uren kraamzorg nog veranderen. Bijvoorbeeld als het (borst)voeden niet op gang komt of als de moeder erg onzeker en labiel is, kan de kraamverzorgende in overleg met de verloskundige aangeven dat er meer uren kraamzorg nodig zijn.
Na de kraamzorg draagt de kraamverzorgende de informatie over aan het consultatiebureau.