Een keizersnede duurt een halfuur tot een uur. Als je plaatstelijk verdoofd wordt, komt er een scherm voor je buik, zodat jij en je partner de operatie niet hoeven te zien.
Tijdens de operatie opent de gynaecoloog eerst de buikwand. Vervolgens snijdt hij de baarmoederwand open en maakt hij de opening groter door die voorzichtig met de vingers te verwijden. Daarna wordt het kind eruit getild, meestal met het hoofdje eerst. De gynaecoloog knipt vervolgens de navelstreng door en verwijdert de placenta.
Je wilt nu natuurlijk meteen je kind in je armen houden, maar dat kan niet altijd meteen. Hij moet worden onderzocht door de kinderarts en jij moet nog worden gehecht. Ben je plaatselijk verdoofd, dan mag je je kind meestal eerst wel even zien voor de kinderarts hem gaat onderzoeken. Na het onderzoek krijg je, als alles goed is, je kind meteen weer bij je. Ondertussen worden je baarmoeder en de verschillende weefsellagen van je buikwand gehecht. Dit hechten duurt relatief lang.
De gynaecoloog maakt bij het hechten meestal gebruik van hechtmateriaal dat vanzelf oplost en dus niet meer verwijderd hoeft te worden. De huid wordt soms met nietjes dichtgemaakt. Deze worden na 5 dagen verwijderd.
Ben je onder algehele narcose geweest, dan kun je helaas niet meteen kennismaken met je baby. Je ziet hem dan waarschijnlijk pas op de kraamafdeling, maar er zijn ook ziekenhuizen waar de baby mee mag naar de uitslaapkamer.