Gedurende de laatste maanden van je zwangerschap heb je hoogstwaarschijnlijk af en toe al ‘iets’ gevoeld, dat met de bevalling te maken heeft. Dat ‘iets’ konden harde buiken, indalingsweeën of voorweeën zijn: kleine samentrekkingen van de baarmoeder. De baarmoeder oefende voor de bevalling.
Toch kon je er vast geen regelmaat in ontdekken. De ene dag voelde je misschien helemaal niets, de andere dag had je juist een aantal harde buiken achter elkaar. Soms had je het gevoel van menstruatiepijn, soms een hevige pijnscheut. De ene keer was het weer snel voorbij, de andere keer hielden de samentrekkingen iets langer aan, soms zo’n 20 tot 40 seconden. Maar ondanks alles was het hoogstwaarschijnlijk toch goed te verdragen en wist je dat het hier niet om échte weeën ging.