De longen, de neus en de mond van je kind zitten in de baarmoeder nog vol met vocht, dat er na de geboorte uit moet. Bij een normale bevalling wordt dit meestal perfect geregeld. Want tijdens het persen komt er een grote druk op zijn borstholte te staan en wordt er een deel van het vocht uit de longen van je kind geperst.
Een ander deel wordt spontaan door de longen opgenomen en afgevoerd. Bij baby’s die met een keizersnee geboren worden, gaat dit lastiger, want bij hen is er geen sprake van druk op de borstkas. Ze hebben vaak vocht in hun mond en een enkele keer ook nog in hun longen. Als dat laatste het geval is, kan dit de ademhaling bemoeilijken.
Baby’s die in stuit liggen bij de geboorte, hebben hier ook vaak last van doordat er geen druk op het hoofd of de borstkas maar op hun billen komt. Baby’s die veel vocht in de longen hebben, worden soms aan de beademing gelegd.