Zwanger Box

Ben je zwanger? Vraag dan nu de gratis Felicitas Zwanger Box aan.

Nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van leuke acties, nieuwe artikelen en aanbiedingen van Jonge Gezinnen? Meld je aan voor de nieuwsbrief!

 

 

VoordeelPas

Wil je korting op o.a. dagjes uit, babykleding, positiemode, of geboortekaartjes? Vraag dan voor maar € 12,50 de Jonge Gezinnen VoordeelPas aan.
Delen via

Bevallen: de vierde fase

Bevallen: de vierde fase
Als er volledige ontsluiting is (10 cm) mag je gaan persen. Het moment vanaf de volledige ontsluiting totdat de baby geboren wordt, wordt de uitdrijving genoemd.
De uitdrijvingsfase duurt bij een eerste kind maximaal 2 uur. Bij een tweede of volgende is dat meestal een stuk korter, soms is de baby er zelfs binnen 10 minuten.

Je wordt vaak heel energiek. En omdat je zo hard aan het werk bent, voel je de pijn ook minder. Gelukkig maar. Wat minder leuk is: omdat al je spieren zich spannen, kun je misselijk worden en zelfs overgeven. De vagina voelt branderig en schrijnend aan.

En de enorme persdrang geeft ook een enorme druk op de anus. Je hebt het gevoel dat je moet poepen en een enkele keer gebeurt dat ook. Schaam je hier vooral niet voor. Het is gewoon een teken dat je goed perst. Overigens zijn de darmen vaak al helemaal leeg. Je lichaam reageert aan het begin van de bevalling heel natuurlijk door zich te reinigen.

Zo vang je de persweeën op

De pauzes tussen de persweeën kunnen iets langer zijn dan tussen de ontsluitingsweeën. Hierdoor heb je meestal voldoende tijd om tot rust te komen voordat je aan de volgende perswee begint. Misschien ben je bang om te persen, omdat je denkt dat je gaat inscheuren. Hierdoor span je de spieren automatisch verkeerd en houd je de baby tegen.

Probeer, ondanks de angst, toch door te gaan met persen en dit te doen in de juiste richting: altijd naar beneden. Pers met de spieren in je buik. Pers niet met je hoofd. Dat heeft helemaal geen zin, bovendien krijg je er ook nog rode ogen en gesprongen adertjes van. Wat kan helpen is het volgende: probeer je te concentreren op je baby en kijk zoveel mogelijk in de richting van je buik.

Je houding

Over welke houding je aanneemt heb je natuurlijk lang voor de bevalling al over nagedacht, maar misschien wil je nu toch je plannen nog veranderen. Dat moet je dan ook gewoon doen. Kies zelf een prettige pershouding.

Wil je gehurkt bevallen en zijn er geen complicaties? Dan zal je verloskundige er vast geen bezwaren tegen hebben. Overleg wel altijd even. Een goede samenwerking tussen jou en je verloskundige is nu heel belangrijk. Laat je niet verleiden tot een houding die alleen voor haar prettiger is, tenzij het niet ander kan natuurlijk.

Het hoofdje komt er aan...

Hoe verder je baby in het geboortekanaal zit, hoe makkelijker het lijkt te gaan. Als je halfzittend perst, kun je het hoofdje steeds duidelijker tevoorschijn zien komen. Zorg er wel voor dat je niet op je staartbeentje zit of steunt, zo wordt het bekken juist kleiner.

Op een gegeven moment zal je verloskundige je vragen licht te persen en de rest weg te puffen. Zo rekt het hoofdje de bekkenbodemspieren geleidelijk op. Soms laat je verloskundige je, als aanmoediging, met een spiegel zien hoe ver je baby al is. En dan komt het moment waarop het hoofdje niet meer terugglijdt wanneer de wee voorbij is. Je verloskundige zal het je vertellen, maar meestal kun je het zelf ook duidelijk voelen.

Er staat een enorme druk op de bekkenbodem, die nu heel strak en gespannen aanvoelt. Het is heel belangrijk dat je je hierbij even heel goed concentreert, dat maakt de kans op inscheuren kleiner. Wanneer het hoofdje er eenmaal uit is, glijdt ook het lijfje snel naar buiten.

Hyperventilatie

Wanneer je tijdens de weeën te veel en te diep inademt, kun je te veel zuurstof in je bloed opnemen. Hierdoor raakt het evenwicht tussen de ingeademde lucht (zuurstof) en de uitgeademde lucht (koolstof) verstoord. Het gevolg is dat je duizelig kunt worden en tintelende lippen, handen en voeten kunt krijgen.

Wat kan helpen: houd je handen als een kommetje voor je mond. Adem de lucht die je in dit kommetje uitblaast weer in en na een poosje opnieuw uit en weer in. Zo krijg je even minder zuurstof en meer koolstof binnen. De verloskundige zal je hierbij helpen.

Als de vliezen nog niet gebroken zijn

Als tijdens de ontsluiting de vliezen nog niet spontaan gebroken zijn, zal je verloskundige of je gynaecoloog dit doen. Deze ingreep is heel eenvoudig en doet geen pijn. Meestal lukt het gewoon met de vingers.

Zijn de vliezen wat taaier, dan wordt er heel voorzichtig met een amniotoom (vliezenbreker) een krasje op de vliezen gemaakt, zodat ze makkelijk knappen. De weeën worden daarna vaak krachtiger.

Spildraai

Tijdens de uitdrijving vormen de baarmoeder en het geboortekanaal één geheel. Hierdoor kan de baby makkelijker naar buiten komen. Toch gaat dit niet helemaal vanzelf. Het geboortekanaal maakt namelijk een bocht en is niet op alle plaatsen even wijd. En, omdat je baby geen rond, maar een ovaal hoofdje heeft, zal hij of zij zijn hoofdje meteen moeten draaien om de bocht te kunnen volgen. Dit wordt de inwendige spildraai genoemd. De inwendige spildraai maak het persen moeilijker.

Schreeuwen

Een kind ter wereld brengen is een topprestatie. Dat je daarbij schreeuwt, gilt en kreunt is allesbehalve gek, maar juist extra stimulerend. Hiermee zet je je eigen lichaam kracht bij. Je hoeft je er dus echt niet voor te schamen.

Wat als je nauwelijks persweeën hebt?

Meestal zal de verloskundige het dan even aanzien. Je kunt op je zij gaan liggen. Hierdoor wordt de doorbloeding van de baarmoeder beter en dat kan net voldoende zijn om de persweeën op gang te helpen. Wanneer er echt geen vooruitgang in zit, zul je helaas naar het ziekenhuis moeten voor een weeënstimulerend infuus en/of een vacuüm- of tangverlossing.